Dear visitor,

We regret to inform you, that the Room in Return website will go offline on March 1st 2020. We have put as much time, money and energy into it as we could, but it wasn’t enough. We still believe in the idea very much and maybe there will be a second chance some day. For now we say: thank you so much for your enthusiasm and your support. See you!

The team at Room in Return


PS. Did you make a payment to us since November 1st 2019? Write us a mail at info@roominreturn.nl with your login name and date and method of payment. Then we will refund the amount. After March 15th 2020 we will delete our database containing personal data, photos of rooms etc.

News / Blog

< Back to overview

I-B-Beestenboel - Over hospiteren en zo...

Augustus 2014, hospiteren op de Ina Boudier-Bakkerlaan (IBB) in Utrecht. Een bijzondere hospiteeravond, de drank vloeide rijkelijk bij de mensen die ik later mijn huisgenoten mocht noemen en de sfeer was erg gezellig (hielp de drank daar soms aan mee?)  Zinnen als ‘wij zijn één grote familie’ en ‘hij is nog single…’ kwamen me tegemoet gevlogen. Met een grote adrenalinekick zat ik daar op de stoel die me altijd bijgebleven is als de stoel van de inquisitie. Je moet namelijk weten dat je wanneer je gaat hospiteren ondervraagd gaat worden.
 En ja, wanneer je dat op de IBB doet, mag je je voorbereiden op originele vragen (en antwoorden wanneer je de vraag terug kaatst).


Zo kwam ik er achter, dat het gekste wat zij als huis gedaan hebben op huisweekend was, toen er een paar gasten‘s avonds naakt op een atletiekbaan gingen rennen. Er zijn in het jaar dat ik er woonde wat gekkere dingen bij gekomen, iets met een natte sok en een toiletbezoekje – ook op huisweekend, in Polen dit keer! – of een sushiavond van een paar beschonken dames uit het huis die uitliep tot eh… een sushi-avond. Je leest het al, ik woonde in een gezellig maar erg druk huis.

In dat huis heb ik een jaar gewoond, en na een maand of drie begon ik al met hospiteren naar andere (rustigere en ook zeker grotere) kamers op de Uithof, waar je weinig of geen huisgenoten hebt. En ik hospiteerde en hospiteerde. Zelfs op een avond dat ons huis hospiteeravond had, ging ik eerst nog even naar de Uithof om te kijken of iemand mij als huisgenootje wilde. Soms wilden zij dat niet, soms wilde ik niet. Tot ik op een avond in september écht geen zin had om te hospiteren. Ik had die week tien(!!) hospiteeravonden gepland. Op maandag twee, op dinsdag één, op woensdag drie en donderdag en vrijdag nog eens twee per avond. Maandag was niets geworden, iets waar ik niet echt om rouwde. Ik wilde niet per se samenwonen met Jip het huiskonijn en een meisje dat graag naakt lag te zonnen op het balkon in een flat op veertien hoog. Ik woonde toen al een poosje bij mijn ouders omdat ik het op de IBB een beetje zat was. Altijd maar drukte, veel geluiden van anderen en van student tot student: niet iedereen (lees: ik) kan het waarderen dat er een vibrator op de eettafel rondslingert. Écht tijd voor mij om te gaan verhuizen dus. Dus toen ik op de dinsdag in die week ging hospiteren bij een dierenarts en een studente huidtherapie, was mijn humeur niet opperbest. Tot ik nog geen tien minuten thuis was en gebeld werd door ene Ilona. Zij vertelde me het nieuws waar ik zó blij van werd dat ik begon te gillen. Ik had een kamer, een vierkante meter of 20. En daar mocht ik per vijf oktober intrekken.

Het was wennen, van veertien huisgenoten naar twee die niet zo heel vaak thuis zijn. Rustig koken in de keuken zonder een gaspit (en een deel van de maaltijd) te moeten opofferen omdat er nog drie anderen aan het koken zijn. Schuimpjes in de oven laten afkoelen in plaats van ‘schuimpjes buiten de oven laten afkoelen waardoor ze totaal mislukken’ was zacht gezegd een verademing! En het was (is) er zo schoon! De douches waarbij ik voorheen bang was om in aanraking met andermans lichaamssappen te komen (of een nare teeninfectie op te lopen), kon ik ruilen voor een douche waar je bang bent om hem vies te maken, in plaats van andersom! Nu mag ik het wonen op de Uithof niet romantiseren. Ik heb nog wel eens last van geluiden van buiten. Zo hoor ik de schaapjes in de wei blaten en wanneer er weer ganzen overvliegen wil er ook nog wel eens een welgemikte ‘gak’ mijn oor bereiken. Ook moet genoemd worden dat mijn onderbuurvrouw niet het grootste zangtalent is. (‘Single ladies’ klinkt gewoon niet meer hetzelfde als voorheen..) Tsjah, studenten kunnen ook niet alles hebben, he?

Tot schrijvens!

Charlotte